Logo PKN

Menu

Landelijke diakonale dag (deel 3) PDF   E-mail
Hierbij het laatste gedeelte van de voordracht van Mechteld Jansen, hoogleraar missiologie aan de Protestantse Theologische Universiteit.

De voordracht is door haar gehouden op de Landelijke Diaconale Dag van zaterdag 20 november 2010.

 

Afschrijven of meetellen. Diakenen maken het verschil (laatste gedeelte).


2. Kan diaconie berusten op gastvrijheid? Ah gastvrijheid, wat een prachtuitvinding. En wat weet de christelijke traditie daar de ins en outs van! (Ahn 2010). De oudste christelijke gemeentes beoefenden reeds de gastvrijheid als opvang voor vreemdelingen waar geen betaling of voordeel voor de gastheer of gastvrouw tegenover mocht staan. Inspiratie daarvoor haalde men uit de verhalen van bijvoorbeeld Abraham die gastvrijheid bood aan drie vreemdelingen. In Nieuwtestamentische tijden was het voor veel christenen van levensbelang om onderdak te kunnen krijgen bij anderen als men op de vlucht was voor regimes die weinig van het christelijk geloof moesten hebben. Dus zou het in onze genen moeten zitten. Maar ook bij de gastvrijheid verwachten wij niet zelden iets terug. Gastvrijheid kan nog steeds in de economie van de wederzijdse geschenken staan. Echte gastvrijheid gaat uit van de gastvrijheid van God die welkom toeroept aan ons allemaal als vreemdelingen. Gods gastvrijheid is onvoorwaardelijk. In de kerk zijn we geneigd mee te gaan in een tendens om steeds meer voorwaarden te stellen aan de gastvrijheid in ieder geval wat betreft mensen van buiten Europa.
Onvoorwaardelijke gastvrijheid, zonder te vragen naar papieren en werkervaring, is de gekte van de kerk, is de gekte van het geloof. Het is hetzelfde als een onvoorwaardelijk geschenk, iets waar je niet voor terug verlangt, zelfs geen erkentelijkheid, het is de wederzijdsheid voorbij. Ik ken maar één geschenk dat echt de wederzijdsheid voorbij is en dat is overdreven geven, dat is vérgeving. Een geschenk, een echt geschenk, mag voor de ander nooit een schuld worden, die moet worden afbetaald. Ik ken maar één geschenk dat niet tot nieuwe schuld leidt en dat is vergeving.
Het wordt pas echt wat met die gastvrijheid, het wordt pas echt wat met die diaconie als ze in de nabijheid komt van het méér dan geven, van het vérgeven. Nu wordt het wel heftig op deze nog jonge mooie zaterdag waarop we toch vooral wat luchtige energie willen opdoen voor ons werk. En toch zou ik dit met u willen delen omdat het mij overeind houdt, omdat het de diepte van de diaconie raakt en omdat het de taak zo licht en luchtig maakt alsof de Geest van God er zelf doorheen fluit. Goed, het wordt pas wat met de diaconie in het kader van het vérgeven. Je kunt alleen maar iets rijkelijk delen, iets geven zonder verwachtingen, gastvrij zijn op een werkelijk vrije manier, als je jezelf herinnert hoeveel je hebt ontvangen. Daarom herinnert de bijbel de mensen van Israël zo vaak aan hun eigen afhankelijkheid, aan hun eigen vreemdelingschap, aan hun eigen slavernij.
Vergeving moet je vragen en vervolgens afwachten. De ander heeft de sleutel in handen.
Het aparte is dat ik vergeving nodig heb.

 

3. Is diaconie wel feestelijk genoeg? Ik kom op dat punt via de Kroatische denker Miroslav Volf en zijn boek Uitsluiting of omarming. Geboren in Kroatië groeide hij op in Joegoslavië toen dat nog een communistische eenheid was. Na het uiteenvallen van Joegoslavië beleefde hij de etnische spanningen tussen de Kroaten en de Serven, die uitgroeiden uit tot een oorlog. Iedere keer als wij de ander ontmoeten en speciaal als wij vijanden ontmoeten, staan wij voor de keuze: uitsluiting of omarming. Het aparte is dat hij tegenover uitsluiting niet het neutrale
insluiting gebruikt maar omarming. Het gaat om een fysieke daad, iets waar je lichamelijk bij betrokken bent. Het diaconale werk staat dichtbij een fysieke theologie, een theologie van de materie, een theologie van het lichaam. Soms heb je een fysieke afkeer van de omgeving waar je binnenkomt of van de geur van de mensen met wie je contact wilt zoeken. Je komt weleens zo’n huis binnen waar de oude kranten en de kattenbak en de bierflesjes en de papieren luiers een halve meter hoge haag vormen achter de voordeur, in de huiskamer, op het balkon. Het
maakt het woord omarming niet geheel vanzelfsprekend. Maar misschien tekent het uw werk meer dan de toch wat boekhoudkundige termen afschrijven of meetellen. Waarschijnlijk herkent u zichzelf ook niet zozeer in de boekhouder, hoewel wij die ook nodig hebben, maar herkent u zich in de omarming van de kameraad die baalt van zijn dronken vriend en hem toch thuisbrengt en op bed legt.

Hierbij aansluitend is er nog zo’n fysieke, materiële term die ik altijd met de diaconie in verband breng en die lijfelijk is en ons lijfelijk leert denken en spreken over God. Het is de maaltijd, het samen eten. Ik geloof dat wij, en dan bedoel ik de hele kerk, nog meer dan voorheen niet alleen de voedende kracht van het goede woord, maar juist de spirituele kracht van het voedsel moeten benadrukken. Met andere woorden: in de kerk eten we veel te weinig samen. Ik heb het niet over avondmaal of eucharistie, maar gewoon over macaroni of stamppot. Ik ken kerken in Nederland waar je eigenlijk nooit met een lege maag vandaan komt. Een kerkdienst zonder een maaltijd is daar ondenkbaar. Misschien was dat in veel vroegchristelijke gemeentes ook wel zo. Samen eten schept vreugde, vrede, saamhorigheid en het lijkt me een lievelingsbezigheid van de Heilige Geest, hoe vreemd de combinatie Heilige Geest en eten ook mag klinken.
Ik wens u vandaag een voedzame, feestelijke dag toe, een dag van viering dat geen schepsel afgeschreven is, geen een.

 

Namens de Diaconie,
Gert Jan Buitenhuis

 

Voor het vorige deel klik hier.

 
< Vorige   Volgende >