Logo PKN

Menu

historisch orgel Beekbergen PDF   E-mail

Het orgel in de Hervormde Kerk te Beekbergen is in 1779/'80 gebouwd door J.G.Schilling. Johann Gustav Schilling werd in zijn tijd "beroemd orgelmaker en organist in de Lutherse Kerk te Deventer" genoemd. Hij had zijn werkterrein hoofdzakelijk in het Duitse grensgebied, met name in het graafschap Bentheim. In de Evangelisch Reformierte Kirche te Uelsen bevinden zich nog restanten van wat ooit een Schilling-orgel was (front en twee registers pijpwerk). Het orgel, dat zich thans te Beekbergen bevindt, is gebouwd voor de Hervormde Kerk in Apeldoorn. Stadhouder Willem V en zijn vrouw Wilhelmina van Pruisen, Heer en Vrouwe van de heerlijkheid Apeldoorn waren de schenkers van het instrument.

De oorspronkelijke dispositie luidde:
GROOT MANUAAL
Bourdon16'
Prestant 8'
Octaaf 4'
Quint3'
Octaaf 2'
MixtuurIV
Trompet8'
POSITIEF
Holpijp8'
Viola di Gamba 4'
Gemshoorn4'
Woudfluit2'
ScherpIII
Vox Humana8'
Tremblant
Manuaalkoppeling
Windkoppel Ped/I
Afsluiters voor de manualen

De ingebruikneming op 13 augustus 1780 was een groot muziekfeest met cantates, gezongen door leden van de hofhouding "onder treflyk accompagnement van het orgel". De gemeentezang werd niet alleen door het orgel, maar ook door allerlei muziekinstrumenten, waaronder trompetten en keteltrommen begeleid. De dienst vond plaats in aanwezigheid van de gehele stadhouderlijke familie. Het wapen op de middentoren, het groene tekstlint op de onderkas en de oranjeappeltjes op de fraai gesneden vleugelstukken van het front getuigen nog van de schenkers. Nadat stadhouder Willem V op 18 januari 1795 naar Engeland was uitgeweken en de patriotten hier de baas waren geworden, werden deze oranjegezinde tekenen drie jaar later op last van de provinciale overheid weggeschilderd.
Volgens kwitantie in het gemeentearchief van Apeldoorn ontving de schilder J.D.Haas drie gulden en zeventien stuiver voor de volgende werkzaamheden:

"Den 14 April de groene tak met de geele appels onder het jaargetal en het vers voor het orgel weggemaakt en oververft. In het begin van Mey het waapen van het orgel genomen, schoongemaakt en een Arend daar weer opgeschildert".

In 1957 kwamen de koninklijke ornamenten bij een herstelbeurt weer te voorschijn.
De tekst van Ds Van den Berg op het tekstlint luidt als volgt:

"Dit orgel schonken u de vorst en zijn vorstin/
o, Apeldoorn om God bij 't heilig zingen te eeren /
Paar met zyn klanken, dies een hart vol hemelmin/
Dat is de beste dank die zy van u begeeren. Ao=1779"

Blijkens een concert, dat op 6 januari 1819 werd gegeven, vertoonde het orgel grote gebreken. De zin "voor zover de bespeelbaarheid van het orgel toeliet" (krantenverslag) wijst daar althans duidelijk op.
In 1822 wordt de orgelmaker Jacobus Armbrost uit Haaksbergen gevraagd om de gebreken te onderzoeken.
Zijn analyse luidt aldus:

"Art.1 Daar de regering van de beide handclavieren niet goed meer werkt en de claviertoetsen gestadig blijven vastzitten en alzoo gestadig huilen veroorzaakt wordt, zoo moeten die eene vernieuwingsreparatie ondergaan.

Art.2 De handclavieren moeten een dito vernieuwing ondergaan en met een nieuwe koppeling gemaakt worden, zoo dat Bas en Discant afzonderlijk kan gekoppeld worden met twee knopjes, en het bovenclavier moet stil blijven liggen en niet zoals nu verschoven worden, hetwelk ook al een voorname oorzaak is van het vastzitten der clavieren. De claviertoetsen moeten alle aan het voorste eind een koperen sluitpin hebben en aan iedere sluitpen moeten twee koperen klammen worden ingeslagen, waarin de sluitpen met eene vrije beweging net past, dan is het onmogelijk dat een claviertoets op zich zelve genomen, ooit kan vast blijven zitten.

Art.3 Wat het pijpwerk betreft, moeten alle worden uitgenomen, van stof en deuken gezuiverd worden en van boven zuiver rond zijn en de inkervingen met het mes door knooijers gedaan, moeten alle weer vastgesoldeerd zijn en dan nieuw geï®´oneerd en gestemd worden, zodat ze alle een zuiver ronde toon geven, zoo veel als zoude door nieuw maken van pijpen geschieden. Wat de Boerdon 16 Vt. Betreft, die in de Bas te zwak is van spacie (orgelmetaal, H.K.), moet zoo veel mogelijk is, aan de spraak gebragt worden. Wat de tongwerken betreft, zoo als de Trompet en de Regaal, die moeten voor een gedeelte met nieuwe tongen worden voorzien, zoo dat ze een betere toon geven.

Art.4 De kanalen en blaasbalgen moeten zooveel mogelijk is, zonder geheel nieuw beleerd te worden digt gelijmd worden, ook moeten de treden met opzetters gemaakt worden, zoo dat den blaasbalgentreeder de blaasbalgen op het orgel kan treden, onder het gezicht van den organist.

Art.5 Daar het Positief te veel achter het groot werk lijd (ligt,H.K.) en dit het geluid niet zoo goed zich in de kerk kan versprijden, zoo moet het onder aan de kast van 't orgel worden gebragt en dan moet er een tweede front van vier-voets werk onder aan de kast van 't orgel worden gebragt, meteen tot siraad van het front van het orgel: zooals men nu de orgelkast te Vaassen ziet.

zoo een Positiefkast, met zijn frontpijpen, het schilderen van hetzelven en het laten zakken van de windlade, of den inhoud van Art.5 volkomen in orde te brengen, kost volgens eene opgave van een kastmaker en schilder, de somma van f 165,- De kosten van Art. 1,2,3 en 4 belopen de somma van f 322,- Zegge driehonderdtwee en twintig guldens. Haaksbergen den 11 April 1822 get. Jacobus Armbrost. Mr.Orgelmaker".

TERZIJDE: Op grond van bovengemeld rapport kon het bouwjaar van het orgel in de Hervormde kerk te Vaassen, volgens diverse publicaties 1852, worden geherdateerd naar vó³² 1822. De opdracht om de herstelwerkzaamheden uit te voeren werd op 7 november 1822 gegeven aan het orgelmakersduo C.F.A.Naber en G.H.Quelhorst. Heringebruikneming volgt in 1823. In 1828 werd het Positief in de bestaande kas als Bovenwerk geplaatst, een situatie die tot op de huidige dag heeft voortbestaan.

Omstreeks 1841 worden definitieve plannen gesmeed voor een nieuw groter kerkgebouw aan de Loolaan in Apeldoorn. Omdat het Schillingorgel te klein wordt geacht, bepaalt koning Willem I op 1 augustus 1839, dat het instrument aan de kerk in Beekbergen zal worden geschonken: "Wij Willem, bij de Gratie Gods... Gezien het rapport van Onzen Minister van Staat voornoemd, de dato 4 Julij II.no.18, uitgebragt op de requesten van kerkvoogden en notabelen, benevens den kerkeraad der Hervormde gemeente van Beekbergen verzoekende dat aan hunne gemeente, als een aandenken aan Ons Huis, mogt worden geschonken, het Orgel met deszelfs toebehooren, en de tegenwoordig nog gebruikt wordende predikstoel in de kerk te Apeldoorn mitsgaders onze daarop gevolgde voorlopige beschikking, de dato 19 Julij II, no.62. Hebben goedgevonden en verstaan. ? Aan de Hervormde gemeente van Beekbergen toe te zeggen, dat het orgel?. Aan haar zal worden afgestaan, bij gelegenheid dat de oude kerk aldaar zal zijn vervangen door de nieuwe?"

De demontage te Apeldoorn vond op 20 juni 1842 plaats.Het orgel werd overgeplaatst door Naber. Tot 1957 stond het orgel op een galerij in het koor van de kerk. Het werd aan de achterzijde bespeeld. Op enig, thans nog onbekend moment, is een aantal registers vervangen: in plaats van de oorspronkelijke Trompet was een Viola 8' geplaatst; enkele koren van de inmiddels 5 sterke Mixtuur waren verwijderd. Op het positief waren Viola di Gamba, Scherp en Dulciaan 8' (reeds eerder ter vervanging van de Vox Humana geplaatst) verdwenen. Daarvoor in de plaats kwamen Prestant 4', Dolce 4' en Euphone 8'.

 

In 1957 kreeg de Utrechtse firma J.de Koff opdracht om het orgel te verplaatsen naar de westgevel op een nieuwe gaanderij. Het instrument werd daarbij drastisch gewijzigd: de klaviatuur werd naar de zijkant verplaatst, hetgeen totale mechanische ombouw betekende. De werkzaamheden vonden onder advies van Dr.M.A.Vente plaats.Volgens bestek zijn de frontpijpen vernieuwd. Verwormde delen zijn vervangen, evenals de niet-originele zinken pijpen. Tevens werden nieuwe klavieren en een nieuw pedaal aangebracht. Aanvankelijke plannen om de laden op te stellen conform het voorstel van Armbrost uit 1822 werden niet gerealiseerd.

De windvoorziening werd totaal gewijzigd (nieuwe magazijnbalg in de onderkas). Van de Bourdon 16' werden de houten baspijpen (vermoedelijk van Naber) gebruikt voor de "nieuwe"Subbas 16'; de discant werd omgebouwd tot een Roerfluit 8'. De Roerfluit werd gecompleteerd door 12 nieuwe pijpen in het hoogste octaaf en 12 nieuwe eiken pijpen voor de bas.

De dispositie in deze nieuwe situatie luidde als volgt:

HOOFDWERK (49 T.)
Prestant8'
Roerfluit8'
Octaaf4'
Quint3'
Octaaf2'
Mixtuur4-6, 1 1/3'
Trompet8'
BOVENWERK (49 T.)
Holpijp8'
Prestant4'
Gemshoorn4'
Woudfluit2'
Scherp3-4 st., 1'
Dulciaan8'
Tremulant 
PEDAAL (27 T.)
Subbas16'
Koppel HW+ BW Ped. + HW
Ped. + BW

In 1976 kreeg het orgel het orgel op advies van Willem Hendrik Zwart een "onderhouds-beurt", welke werd uitgevoerd door de firma B. Koch uit Apeldoorn. Bij deze ingreep werd de klaviatuur door een moderne fabrieksspeeltafel met lichtmetalen koppelingen en toetsen van meer dan 1 meter lang (!) vervangen. Alle abstracten werden vervangen door aluminiumdraad. Een nieuwe Subbas, geplaatst achter de orgelkas verving de Subbas van De Koff (oude pijpen Bourdon 16'). Gelukkig bleven deze oude pijpen bewaard.

Wegens ernstige mechanische storingen werden in 1993 door een kerkvoogd, de heer Eldert de Boer wijzigingen ter verbetering aangebracht: de speeltafel uit 1976 werd verwijderd, fraaie achttiende-eeuwse klavieren, afkomstig uit het voormalig orgel van de Gereformeerde Zuiderkerk te Leiden, voorzien van nieuw beenbeleg en de gebeeldhouwde bakstukken van het Schilling-orgel zelf werden gecombineerd met onderdelen van de De Koff-speeltafel, welke nog aanwezig waren. Alle aluminiumdraden werden door houten abstracten vervangen. Deze werkzaamheden werden onder begeleiding van Hans Kriek en met medeweten van de toenmalige rijksadviseur voor orgels, Onno B.Wiersma, uitgevoerd. Dit alles onder perspectief van een in het vooruitzicht gestelde grondige restauratie.

OVERWEGEN, PLANNEN MAKEN EN RESTAUREREN
Aan de restauratie van het orgel in Beekbergen zijn meer dan acht jaren van overleg, discussie en planning vooraf gegaan. Een belangwekkend historisch orgel geniet terecht veelal bescherming. Het mag niet zo zijn, dat daar naar eigen smaak van alles aan mag worden vertimmerd. Dat geldt in verhoogde mate, wanneer het om een uniek orgel als dat te Beekbergen gaat. Aan dat orgel was veel gewijzigd en "gemoderniseerd", maar er was ook veel historisch materiaal bewaard gebleven. Het instrument was daarom een goed voorbedachte restauratie meer dan waard. Daarbij stond het uitgangspunt: respect voor het overgeleverde materiaal voorop. Aanvankelijke restauratievoorstellen moesten jaren geleden worden afgewezen vanwege de onoverkomelijk hoge kosten. Aan orgelbouwadviseur Hans Kriek werd gevraagd om mogelijke alternatieven te onderzoeken, want dat het orgel uiteindelijk moest worden gerestaureerd, stond wel vast. Een nieuwe vertrouwen wekkende offerte van orgelmaker Ide Boogaard te Rijssen bood perspectief: hij wilde het instrument restaureren tegen een aanneemsom, die voor de beheerders van de financiën wèl aanvaardbaar was. Daarbij werd duidelijk, dat niet alleen een redelijke prijs doorslaggevend was, maar dat ook kwaliteit werd gegarandeerd. Toen begonnen de bij orgelbouwprojecten gebruikelijke discussies! Plaatselijke "orgelbouwdeskundigen" schieten dan als paddestoelen uit de grond. Er worden meer meningen geventileerd dan er betrokkenen zijn. Schaduwadviezen spelen een rol en dat allemaal om slechts één doel te dienen: het welslagen van de restauratie. Genoemde discussies hebben dan wel tot gevolg, dat alles goed van tevoren overwogen is, maar dat uitwerken van de plannen veel tijd kost. Bij deze discussies waren ambtenaren van de gemeente Apeldoorn, de beherende en vergunning verlenende instantie, op gezette tijden ook betrokken. Over één ding was iedereen het eens: het orgel moest in ieder geval weer worden zoals het ooit was geweest.

Toevoegingen en wijzigingen, die de muzikale en technische eenheid in de loop van de tijd danig hadden verstoord, dienden daarbij te worden verwijderd. Probleem was, dat over de orgelbouwer Schilling en zijn werk maar weinig bekend is. Het reeds eerder genoemde restant van een omstreeks 1768 door Schilling gebouwd orgel in de Evangelisch-Reformierte kerk te Uelsen in Niedersachsen kon in geen enkel opzicht aanknopingspunten bieden voor de restauratie in Beekbergen. Hoe het orgel in Beekbergen precies is geweest, weten we niet. Wel stond vast, dat het instrument tot 1957 aan de achterzijde bespeelbaar is geweest. In de achterwand bevonden zich nog de gaten voor de registertrekkers, die daar tot genoemd jaar hebben gefunctioneerd. Besloten werd om deze situatie te herstellen, hoewel dat besluit ook pas weer na stevige discussie is genomen. Een argument, dat de organist door zijn geïsoleerde positie aan de achterzijde van het orgel in de toekomst vrijwel "buitenkerkelijk"zou worden, werd weerlegd door het feit, dat dit laatste in de voorgaande situatie aan de zijkant eigenlijk ook al het geval was. Ook daar moest een monitor uitkomst bieden. Dit herstel van de oorspronkelijke situatie bracht met zich mee, dat het orgel moest worden voorzien van een geheel nieuwe speelmechaniek. Nu was de tractuur, zoals de firma De Koff deze in 1957 had aangebracht een verantwoord restaureren niet waard, dus was de aanleg van een nieuwe tractuur toch al noodzaak. Een voorbeeld van een tractuur, zoals Schilling die had gebouwd, was niet voorhanden. Daarom ging men te rade bij werk van Naber/Quelhorst, de orgelbouwers van wie bekend was, dat zij als eersten het orgel in de toestand hebben gebracht, zoals dat in Beekbergen herkenbaar bleef. Het orgel in de Grote of St.Nicolaaskerk te Elburg werd inwendig goed bestudeerd. Voor de "nieuwe" klaviatuur werden de reeds genoemde klavieren uit Leiden gehandhaafd, evenals de oorspronkelijke bakstukken. Er werd een vrijwel nieuwe speeltafel vervaardigd.

De windladen werden zeer zorgvuldig in oorspronkelijke staat gebracht. Het verwijderen van later opgelijmde en vernagelde masonietplaten was een tijdrovend karwei. Het eindresultaat mag gezien worden!

Pijpwerk, met name uit 1957 werd verwijderd, aangezien dit op geen enkele wijze paste bij het historische werk. Bij onderzoek werd vastgesteld, dat het oude pijpwerk deels was gemaakt van metaal met een zeer hoog loodgehalte (19% tin). Dit metaal was ten dele op zand gegoten. Orgelmaker Boogaard heeft zich in verband met dit project het gieten van metaal op zand eigen gemaakt, zodat aldus vervaardigd pijpwerk volgens het oude procédé kon worden gecompleteerd. Op uiterst zorgvuldige wijze werden oorspronkelijke maten van dit pijp-Het plaatsen van de pijpen. werk ontleend aan wat nog aanwezig was. Aangezien er geen tongwerken van Schilling als voorbeeld konden dienen, werden de verdwenen tongwerken vervaardigd naar Westfaals voorbeeld. Om praktische redenen werd daarbij gekozen voor een Dulciaan 8' in plaats van de oorspronkelijke Vox Humana. Blijkens een dispositieopgave van Broekhuyzen in het midden van de 19e eeuw was deze Vox Humana al zeer lang geleden vervangen door een Dulciaan vermoedelijk bij de overplaatsing van Apeldoorn naar Beekbergen). De nieuwe windvoorziening - twee keilbalgen in een balgstoel - werd terzijde van het orgel geplaatst. Aanvankelijke overwegingen om deze windvoorziening in de toren te plaatsen, werden niet gerealiseerd.

Een verheugend feit is, dat besloten is om het orgel met drie pedaalregisters uit te breiden. Aanvankelijk bestond het voornemen om slechts een Subbas 16' te plaatsen en in later stadium twee stemmen toe te voegen.

Aangezien men tijdig inzag, dat dit uitstel vrijwel zeker zou leiden tot afstel, werd besloten om een extra bedrag uit te trekken voor de complete uitbreiding. Tegen de achterwand van de kerk is dit besluit op fraaie wijze gerealiseerd. Een pedaalkas met binnenwerk geeft het orgel thans een muzikaal fundament, zoals het nooit eerder had. Dit zal het hoofddoel - begeleiden van de gemeentezang - stellig ten goede komen. De gehele restauratie kwam tot stand in nauw overleg met de rijksadviseur en zijn assistent, die voor het welzijn van het historisch orgelbestand waken. Het is hier de plaats om de goede en prettige samenwerking met deze heren te memoreren. Het prachtige eindresultaat!

TECHNISCH OVERZICHT

Dispositie van het orgel:

HOOFDWERK (ONDERKLAVIER), 49 TONEN C ? C'''
Bourdon 16'22 tonen hout, vermoedelijk Naber/Quelhorst 1823, rest metaal 1780.
Prestant 8'35 pijpen front 1957, overige frontpijpen niet-sprekend. binnenpijpwerk (af h36) 1780 of ouder.
Octaaf 4'49 tonen, geheel 1780.
Quint 3'49 tonen, idem.
Octaaf 2'49 tonen, idem.
Mixtuur IV4 x 49 tonen, 89 pijpen oud, rest nieuw.
Trompet 8'49 tonen, geheel nieuw.

BOVENWERK (BOVENKLAVIER), 49 TONEN

Holpijp 8'12 pijpen hout (1780), rest metaal 1780.
Gemshoorn 4'49 tonen, conisch, 1780.
Viola di Gamba 4'49 tonen ,nieuw.
Woudfluit 2'49 tonen, cylindrisch, 1780.
Scherp III3 x 49 tonen , nieuw.
Dulciaan 8'49 tonen, geheel nieuw.

Tremulant nieuw, historische factuur, in windkanaal.

PEDAAL, 27 TONEN, GEHEEL NIEUW

Subbas 16'
Gedekt 8'
Fagot 16'

KOPPELINGEN
Manuaalkoppel
Pedaal ? Hoofdwerk
(originele windkoppel)
Pedaal -Bovenwerk("normaal")

SAMENSTELLING MIXTUUR 4 STERK:

C1 1/3'1'2/3'1/2'
c2'1 1/3'1'2/3'
f2 2/3'2'1 1/3'1'
c'4'2 2/3'2'1 1/3'
c''5 1/3'4'2 2/3'2'

SAMENSTELLING SCHERP 3 STERK

C2/3'1/2'2/5'
c1'4/5'2/3'
c'2'1 3/5'1 1/3'1'
af c' doorlopend.

WINDLADEN
2 laden - C en Ciskant Hoofdwerk
lade Bovenwerk
pedaallade
toonhoogte: a'= 440 Hz.
stemming: evenredig zwevend
winddruk: 72 Mm. WK

KLAVIATUUR
Klavieren 18e eeuws, afkomstig uit Zuiderkerk Leiden. bakstukken en profiellijst origineel. Pedaalklavier De Koff 1957.
Registerknoppen origineel (aangevuld met enkele nieuwe)

TRACTUUR
eiken walsborden en walsen, abstractuur nieuw.
registertractuur idem.

WINDVOORZIENING
Balgstoel, 2 keilbalgen, kanalen en ventilator:geheel nieuw.

PEDAAL
Kas (larix), windlade, magazijnbalg, tractuur, pijpwerk: geheel nieuw.

 
< Vorige