Logo PKN

Menu

‘Waar is die God van hen’ (Psalm 115:2) PDF   E-mail
Herkenbare vraag niet?

 Het gebeurd mij nog wel eens dat ik in gesprek ben met iemand en het niet lang duurt voordat deze vraag gesteld wordt. ‘Mooi verhaal, maar waar is die God van jou?’
Zulke vragen raken mij altijd. Ik kan mij geen leven zonder God voorstellen. Dat God bestaat, en dan niet ergens ver weg maar zichtbaar dichtbij, dat is voor mij een vanzelfsprekendheid.
Een leven zonder God, ik kan het mij in alle oprechtheid niet voorstellen. Niet dat ik God nu in elk moment van de dag ervaar, of dat ik Hem overal zie verschijnen. Maar vaak toch ook wel. Dan zie ik Hem in de schoonheid van de natuur als ik van Ede naar Beekbergen rij. Dan zie ik Hem aan het werk in de levens van mensen waar ik mee praat. Ik kom Hem tegen als ik de Bijbel lees.

‘Op bergen en dalen, ja overal is God. Waar wij ook immer dwalen of toeven daar is God. Waar mijn gedachten zweven, of stijgen daar is God. Omlaag en hoogverheven, ja overal is God’ (Gezang 143:1) 

En dan toch die vraag; ‘Waar is die God van jou’. En als ik er wat langer over nadenk vind ik het toch ook weer niet zo’n hele rare vraag. Ik stel die vraag zelf ook wel eens. Niet de vraag of God bestaat, dat geloof ik wel. Maar waar is Hij? Ik heb thuis een boek dat de titel draagt; ‘Op zoek naar de onzichtbare God’.
Hij is er wel maar ik zie Hem niet. En dat geldt dan vooral voor de ‘volken’ (vers 2). Het zijn  de mensen om ons heen die ons de vraag stellen; ‘Waar is die God van jou’. ‘Die God waar jij het over hebt, maak die eens zichtbaar, laat Hem eens zien’.
Psalm 115 geeft een opvallend antwoord. De dichter gaat niet allerlei plaatsen aanwijzen waar je God kunt zien. Hij reageert door iets
te zeggen over de goden van de volken. Die goden kun je wel zien, maar dat komt omdat ze door mensenhanden zijn gemaakt. Zij hebben wel  een mond, maar kunnen niet
spreken, ze hebben ogen, maar kunnen niet zien, ze hebben oren maar kunnen niet horen, ze hebben een neus, maar kunnen niet ruiken. Hij handen kunnen niet tasten en hun voeten kunnen niet lopen. (vers 4-7) Deze goden kun je misschien wel zien, maar ze stellen niets voor. Ze kunnen niets. Maar onze God is in de hemel en doet wat Hem behaagt (vers 3) Hij is van een ander orde. Onze God is niet te vangen in een beeld.
Wil dat zeggen dat God dan helemaal onzichtbaar is? Nee, gelukkig niet. De hele Bijbel door lezen we dat God Zichzelf aan ons openbaart. En het meest duidelijk heeft Hij dat gedaan in Zijn Zoon Jezus. Hij is het beeld van de onzichtbare God (1 Kol.1:15) Jezus maakt God zichtbaar. Maar ook wij kunnen God zichtbaar maken voor andere door de manier waarop wij ons leven inrichten.
Paulus roept ons in Fillipenzen op om te midden van een ontaarde generatie, te schitteren als sterren aan de hemel(Fil 2:15)
Wat een getuigenis is dat. Het zijn immers de hemelen die verhalen van Gods majesteit (o.a. Psalm 19).
Bent u, ben jij ook zo’n stralende ster?
.    
Ruben Vlot

 
< Vorige   Volgende >