Logo PKN

Menu

Bloemengroet in januari PDF   E-mail
Achter mijn huis staat een merkwaardige struik.

 Toen we een paar jaar geleden in december hier kwamen wonen, zei een tuinman tegen me, naar het ding wijzend: ‘hou die in de gaten; dat is een bijzondere struik!’ Ik keek hem wat verwonderd aan: waarom? In mijn oog was het een doodgewone struik, niet eens mooi gevormd. Vandaar dat ik het maar een ‘ding’ noem. Hij was niet anders dan de andere in een tuin in december. Dus zonder bladeren, alleen wat sprieterige takken.
Maar een maand later begreep ik ineens waarop de tuinman gedoeld had. Toen we naar buiten keken in die sombere tuin onder een grauwe lucht, zagen we opeens tot onze stomme verbazing, dat die dorre struik uitliep en in bloei stond! Hij alleen…in bloei, niet in een broeikas of kamer, maar te midden van de winterse doodsheid. En nu staat hij weer te bloeien, midden in de sneeuw.
Het vakmansoog van de tuinman had in die dorre struik het bijzondere van de ‘toverhazelaar’ gezien. En achteraf vond ik het leuk, dat hij me het geheim van die struik niet verklapt had, want nu was de verrassing des te groter. Die struik draagt zijn naam met ere, want het is precies de toverij van een sprookje: het bloeiend leven schiet plotseling als bij toverslag te voorschijn. Tegen alle verwachting, die wij gewone mensen van struiken in de winter hebben, gaat hij zijn schoonheid tonen. Als een eenzame wijst hij, terwijl misschien nog koude maanden komen, heen naar het nieuwe voorjaar. Heel alleen, terwijl wij rillen, en de sneeuwklokjes nog lang op zich laten wachten.
  Die struik staat daar alleen achter het huis. Slechts weinigen zien hem. Boven hem draaien de vliegtuigen, symbolen van onze vrees. Ons menselijk leven gaat door met al zijn drukte en de radio vertelt ons het laatste nieuws. Maar ik ben van mijn toverhazelaar gaan houden, die in eenzaamheid onverwachts bloeit, die in de doodsheid der aarde nieuw leven voorspelt.

  Die toverhazelaar in de tuin doen mijn gedachten dwalen naar dat gewone stille leven van ons mensen. Dat gaat maar door, vaak nogal dor en doods, omgeven door veel gedruis, angst en nieuwtjes. En de mensen, die wij op straat passeren, zien er allemaal een beetje hetzelfde uit; ze zeggen ons niets, ‘doen’ ons niets, schieten langs ons heen. Maar daar plotseling is er onverwachts een, die met een enkel woord van troost, door een simpele daad, zo maar uit het hart voortkomend, ons laat zien, dat er onder de doodse schijn leven bloeit. ’t Kost in het drukke leven wel eens moeite die stille figuren, die zijn als alle anderen, te ontdekken. Want we letter er niet zo op en vergapen ons aan de klinkende namen en dingen.
  Dat onverwachte bloeien in de aardse doodsheid: ik denk ineens aan Jezus Christus. Ergens in de Bijbel wordt gesproken van een ‘wortel uit een dorre aarde’ en de Christenheid van alle eeuwen heeft in die woorden van de oude profeet Jesaja (hoofdstuk 53) het portret van zijn Heer gezien. Hij is als een mens door God gesteld in deze dorre, angstige, liefdeloze wereld. Zijn kruis is het duidelijk teken van het uitgebloeide, verdorde. Maar ….onverwachts bloeit Hij en laat de stralen van Gods liefde spelen op deze aarde. Zijn bloei voorspelt de komende lente van het Rijk van God. Zeer diepzinnig is dat uitgedrukt in het woord, dat het Kruis tot de Boom des Levens geworden is.
  Hebt u dat wonderlijke bloeien in de winter al eens ontdekt?

.

Prof. Dr. W.C.van Unnik (1910-1978)

[Professor Willem Cornelis van Unnik was een van mijn leermeesters in Utrecht. Vanaf 1946 tot zijn plotselinge dood op 17 maart 1978 was hij hoogleraar Nieuwe Testament en Oudchristelijke Letterkunde aan de Rijksuniversiteit in Utrecht. Ik maakte deze internationaal befaamde geleerde en tegelijk uiterst vrome mens een aantal jaren mee als student, later als zijn assistent en in de jaren van mijn eerste gemeente, toen ik mijn dissertatie voorbereidde,  ook als promotor. Zijn brieven in een evenwichtig, markant handschrift bewaar ik als kostbare documenten. Van Unnik heeft ook bestuurlijk veel betekend voor de Utrechtse Universiteit. Daarom is de hoge torenflat in De Uithof naar hem genoemd. In 1979 werd een aantal opstellen van en over professor Van Unnik uitgegeven in de bundel Woorden gaan leven. Zo las hij ook de teksten, vooral de teksten van de Bijbel, woorden van de Levende. Deze meditatie is ontleend aan de genoemde bundel. Wellicht kort na de oorlog geschreven: de vliegtuigen worden ‘symbolen van onze vrees genoemd’. G.W.Marchal]

 
< Vorige   Volgende >