Logo PKN

Menu

Ik kniel aan uwe zetel neer PDF   E-mail
Achttien maanden heeft Dietrich Bonhoeffer, Duits theoloog en tegenstander van het Hitlerregime, door gebracht in een cel van de gevangenis in Tegel, een voorstad van Berlijn.


Op een adventszondag in 1943 schrijft hij in een brief: Dezer dagen heb ik voor het eerst het lied: “Ik kniel aan uwe zetel neer...” werkelijk ontdekt.
Tot nu toe zei het me niet veel. Je moet lang alleen zijn en het mediterend lezen om het in je op te nemen. Het is van woord tot woord rijk en mooi. Wat dit betekent kan niet beter dan in de woorden van dit lied uitgedrukt worden

We leven in de adventtijd; hoe zullen wij met dit lied dan omgaan? Dan lezen we dit lied woord voor woord, dit lied van Paul Gerhardt. Je kunt het plichtmatig lezen en zingen. Het behoort immers tot ons kerstrepertoire. Wanneer de kerstdrukte op ons afkomt knielen we vanzelfsprekend bij de kribbe van het Jezuskind.
We kunnen ons ook laten leiden door Bonhoeffer. Het kon ons wel eens dichter bij de wezenlijke beleving van het kerstgebeuren kunnen brengen. Dat dit Kind voor mij gekomen is! Daar raak je niet over uitgedacht en uitgezongen.

Je kunt een kerstlied maken waarin je enkel de daden van Gods liefde bezingt: de aankondiging door de engel, de geboorte in Bethlehem, de aankondiging aan de herders.
Je kunt ook een kerstlied maken waarin het kerstgebeuren overwoekerd wordt door je eigen  subjectieve gevoelens.
De dichter, de Duitse predikant Paul Gerhardt, leefde voor een groot deel tijdens de dertigjarige oorlog, waarin veel geloofsrichtingen tegenover elkaar stonden en er oorlog heerste. Steden en dorpen werden met de grond gelijk gemaakt; gezinnen werden uiteen gerukt.
Dichters schreven over de aarde als een tranendal, verlangden naar de dood, die een einde zou maken aan het lijden.

Ook in zijn persoonlijk leven heeft de dichter vaak in donkerheid en nacht verkeerd.
Zijn eerste kind stierf toen het 8 maanden oud was; zijn tweede toen het veertien maanden was, zijn derde leefde slechts enkele uren of maanden. En toch.... 
“Ik kniel aan uwe kribbe neer”. Hoewel al deze beproevingen hem eerder hadden kunnen doen huilen dan dichten, vond hij troost en blijheid in zijn geloof, was het Kind in Bethlehems stal zijn zonneschijn, zijn kracht en hulp, zijn sterkte en wist hij zijn ziel in vreugd en smart bij Hem geborgen.

Wie van ons zou dit ook zo op kunnen brengen?

.

Ik kniel aan Uwe kribbe neer
o Jezus, Gij mijn leven
ik kom tot U en breng U Heer
wat Gij mij hebt gegeven
O neem mijn leven,geest en hart
en laat mijn ziel in vreugd en smart
bij U geborgen wezen.

.

W.E.W

 
< Vorige   Volgende >