Logo PKN

Menu

Hemelvaart PDF   E-mail
Op Hemelvaartsdag zingen we vaak Psalm 47. Een heel toepasselijke psalm.

.

God stijgt blinkend schoon
met gejuich ten troon.
Luid bazuingeschal
meldt het overal.
(Psalm 47: 2a - berijmd)


Toch lijkt de sfeer van Psalm 47 op het eerste gezicht heel anders dan die van de Hemelvaart. Lukas schrijft in Handelingen 1 over de hemelvaart van de Here Jezus: Naar boven starende mannen. Een wolk die Hem aan het zicht onttrekt. Twee engelen die de starende mannen weer naar de aardse werkelijkheid terugroepen… Geen gejuich, zoals in Psalm 47. Geen bazuin die Gods glorie uittoetert. Het is eerder een verweesde stilte.
Dat verschil komt door de situatie waarin Psalm 47 is ontstaan. Psalm 47 bezingt dat de Israëlieten net hebben gestreden met bedreigende vijandige volken en hen hebben overwonnen. Daar prijzen zij de HERE voor: ‘Want de HERE is een groot Koning over de ganse aarde. Hij brengt volken onder ons’ (vs. 3-4). Je hoort bij wijze van spreken de legers juichend thuiskomen in Jeruzalem. De HERE heeft de overwinning gegeven. Hij was tot hen afgedaald gedurende de strijd. En nu stijgt Hij weer op naar Zijn hemelse troon.
Bij de discipelen lag het toch net anders. De Here Jezus was wel tot hen afgedaald en Hij had inderdaad Zijn strijd gestreden tegen de zonde, de duivel en de dood. En Hij had overwonnen op de Paasmorgen. Tot zover loopt het parallel met Psalm 47.
Maar bij Jezus’ hemelvaart waren er geen volken die in de handen klapten en geen juichende legers. Het was maar een handjevol mannen en vrouwen (Hand. 1: 15). En nog belangrijker: Zij hadden de volle rijkdom van de Heilige Geest nog niet ontvangen. Dat zou op het Pinksterfeest gebeuren (Hand. 2). En zonder de Heilige Geest begrijp je de dingen niet goed in hun goddelijke vreugde...
Daarom is het toch voor de kerk wel heel toepasselijk om Psalm 47 te zingen rond Hemelvaartsdag. Want ook al waren de discipelen nog stil in Handelingen 1, door de Heilige Geest in Hand. 2 kwam de vreugde en de vrijmoedigheid. En de volken zijn mee gaan juichen sinds Handelingen 8 (de Moorman), 10 (de Romeinse hoofdman Cornelius) en 13 en verder (Paulus op zendingsreis). Laten we daarom als gelovigen uit de volken door de rijkdom van de Heilige Geest deze dagen Psalm 47 weer met nieuwe blijdschap zingen. Tot eer van onze Here Jezus Christus. Want Hij is opgevaren en heerst als Koning aan Gods rechterhand!

AT

 
< Vorige   Volgende >