Logo PKN

Menu

Vluchteling PDF   E-mail

Daarom zult gij de vreemdeling liefde bewijzen, want vreemdelingen zijt gij geweest in het land Egypte – Deut. 10: 19.

Hoe was je vakantie?

Lekker uitgerust? We vertellen elkaar onze belevenissen en zijn intussen blij dat we weer thuis zijn. Met nieuwe energie terug in onze vertrouwde omgeving.
Voor een vluchteling ziet dat er anders uit. Hij gaat ook op reis, maar zal (voorlopig) niet terugkomen. Hij is al blij als het lukt ongemerkt de grens over te gaan. Zeker in het geval van een politieke of oorlogsvluchteling.
Ze kloppen met duizenden aan de poorten van Europa, vaak opgevist uit uitpuilende, lekke bootjes. Griekenland en Italië stromen over, de Kanaaltunnel raakt verstopt en ook in ons land zitten de AZC’s vol en wordt hard gewerkt aan uitbreidingen. Daarbij zijn ook Apeldoorn en Beekbergen in beeld. Niet tot ieders vreugde.
In het oude Israël stond de vreemdeling hoog aangeschreven. Hij stond onder Gods persoonlijke bescherming. Op één of andere manier trekt Israëls God zich het lot aan van die mensen die van huis en haard verdreven of getrokken zijn. In hun kwetsbaarheid en niet-thuis-zijn-in-deze-wereld lijken ze wat op Zijn Zoon. Israël was zelf trouwens ook vreemdeling geweest in Egypte. Daar hadden ze ervaren hoe bikkelhard dat bestaan is. Maar ook hoe de God van Abraham, Izak en Jakob hen had bevrijd van hun onderdrukkers. Om nooit te vergeten. ‘Daarom zult gij de vreemdeling liefde bewijzen’.
Natuurlijk is een rondtrekkende vreemdeling in het oude Oosten anders dan de honderdduizenden vluchtelingen in onze tijd. Draagkracht van landen en (dorps)gemeenschappen speelt een rol. En ook zijn vluchtelingen niet alleen zielig of hulpbehoevend. Overlast en dreiging komen ook voor.
En toch zijn zij onze naasten. Zij hebben net als wij ogen. We kunnen elkaar aankijken. Net als wij een hart. We kunnen elkaar ontmoeten. Is onze materiële welvaart een verworven recht dat we angstig menen te moeten beschermen, zoals een verwend kind doet? Of is het voor ons een zegen die we ‘om niet’ ontvangen hebben en waar we dus ook ‘om niet’ anderen mee kunnen zegenen? Dan ontdek je dat zegen vermenigvuldigd wordt met blijdschap en gaan Jezus’ woorden voor je open: ‘Het is zaliger te geven dan te ontvangen.’ En ook: ‘Wat je voor één van mijn minste broeders gedaan hebt, heb je voor Mij gedaan’.
AT

 
< Vorige   Volgende >