Logo PKN

Menu

Inhoud van het boek Jesaja PDF   E-mail

For unto us a child is born, a son is given, and the government shall be upon his shoulders

.

Inhoud van het boek Jesaja (vervolg)
For unto us a child is born, a son is given, and the government shall be upon his shoulders – zo zingt het koor in Händels Messiah. Woorden uit Jesaja 9:5, gezongen met het oog op de Here Jezus. Dit brengt ons bij de eerste van de twee inhoudelijke grondlijnen van het boek Jesaja die ik in dit artikel wil bespreken. Daarmee is dit artikel een vervolg op mijn artikeltjes over Jesaja in de twee vorige Kerkklanken. Hierna hoop ik er nog één te schrijven.

Grondlijn: De beloofde Messiaanse koning, zoon van David, te Sion
Eerst over de berg Sion. Deze heeft een belangrijke plaats in het boek Jesaja. Hij wordt wel 42 keer genoemd. De kern: De HERE van de legermachten woont daar (8:18). Denk hierbij aan de tempel met de ark van het verbond en de thora. Maar ook aan Gods aanwezigheid via de koning, die – als het goed is – het Koningschap van de HERE weerspiegelt in een regering van recht en gerechtigheid. De positie van Sion in Jesaja is verwant met bijv. Psalm 46 en 48. Het is het Sion van de Heilige van Israël (60:14).
De vraag in Jezus’ dagen op welke berg men nu precies God moet aanbidden, is in dit licht een heel wezenlijke. Alleen, in het stralende licht van Messias Jezus komt zelfs de Sion op de tweede plaats: ‘de Vader zoekt wie Hem aanbidden in Geest en waarheid’, ongeacht vanaf welke berg of plaats (Joh. 4:19-24). Dat is leidend voor bidden in Jezus’ Naam in ónze dagen.
Gods trouw aan het koningshuis van David is met Sion verweven. David maakte Jeruzalem tot residentie en wees de Sion aan voor de bouw van de tempel. En Gods trouw aan het huis van David bouwt voort op Gods belofte via de profeet Nathan: altijd zal een nakomeling van David koning zijn (2 Sam. 7:11-16). Is deze belofte de ‘uitverkoren steen’ die de HERE in Sion heeft neergelegd (Jes. 28:16)? Twee koningen worden in dit verband door Jesaja uitvoerig belicht: Achaz (Jes. 7-8) en Hizkia (Jes. 36-39). Zij worden geschilderd als tegenpolen. Achaz heeft de HERE verlaten en zal niet standhouden. Hizkia is trouw en maakt wonderlijke verlossingen mee (vermoedelijk is hij het kind ‘Immanuël’ uit 7:14). Tegelijk maakt het boek Jesaja duidelijk dat ook Hizkia niet de volmaakte koning is die wordt verwacht (Jes. 39).
De verwachting van de volmaakte Messiaanse Koning wordt vanaf het eerste hoofddeel van het boek gewekt. Hij zal op de troon van David regeren in recht en gerechtigheid, terwijl onderdrukking en vervreemding van God zullen wijken en zelfs de dieren onderling in vrede zullen leven (Jes. 9, 11 en 32).
In het tweede hoofddeel wordt deze verwachting verdiept in de liederen over de Knecht van de HERE: de koning-knecht, die ook priesterlijke trekken krijgt. Onder exegeten is veel debat over wie die Knecht nu precies is. In sommige passages lijkt het over Israël als collectief te gaan (49:3), in andere over een individueel persoon binnen of zelfs tegenover Israël (53:3). Het lijkt er dus op dat de Messiaanse Koninklijke trekken aan de ene kant op heel Israël worden overgebracht: het messiaanse volk dat geroepen is een Licht voor de volken te zijn (49:6). Terwijl aan de andere kant dit volk zelf ook een priesterlijke, lijdende Knecht als schuldoffer nodig heeft om vergeving van de eigen zonden te ontvangen (53:5) en gerechtvaardigd te worden voor deze hoge messiaanse roeping.
In het derde hoofddeel komen we de Messiaanse-Koninklijke trekken weer overduidelijk tegen in de boodschapper van het heil, die gezalfd is met de Geest van de HERE (Jes. 61). Jezus identificeert zich in zijn eerste preek in de synagoge van Nazareth zonder voorbehoud met deze heilsbode (Luk. 4:16-21). Als voorbode van Zijn kruisiging wordt Hij trouwens prompt verworpen door de mensen in de synagoge (Luk. 4:28-29). Jesaja 61 en 53 liggen blijkbaar ook in Lukas 4 dicht bij elkaar.
Alle herstel van Israël en de hele gemeente van het Nieuwe Testament is te verstaan als vrucht van het offer van deze priesterlijke lijdende Knecht en van Zijn koninklijke heerschappij in Zijn verrijzenis uit de dood en zitten aan Gods rechterhand (zie ook Ps. 110). Jezus is de beloofde Messiaanse zoon van David, die God ‘Vader’ noemt en die door God ‘zoon’ genoemd wordt (Matt. 3:17 en 17:5). En net als in de knechtliederen van Jesaja waaiert dat Messiaanse ook naar het volk toe breed uit: Jezus onderwijst ook ons als het messiaanse volk om God als Vader aan te roepen (vgl. het ‘Onze Vader’) en om een koninklijk priesterschap te volbrengen in de wereld van onze dagen (1 Pet.2:9).

.

Grondlijn: Israël en zijn 'rest'
Jesaja laat er geen twijfel over bestaan: God is op unieke wijze verbonden met Israël. Hij is de Heilige van Israël (zie mijn vorige artikel). Israël is de wijngaard van de HEER (Jes. 5). Alleen: door onrecht en goddeloosheid ontstaat er afstand. Je voelt het als God naast de vertrouwelijke aanspraak ‘mijn volk’ ook gebruik maakt van het veel afstandelijkere ‘dit volk’. En omdat Israël niet positief reageert op Gods uitnodigingen en waarschuwingen om hun gedrag weer op Hem af te stemmen, geeft Hij hen zelfs over aan verharding. Het oordeel zal onvermijdelijk komen en het volk trekt het al vaster over zich heen. God geeft de wijngaard over aan de destructieve machten. Jesaja zegt in dit verband dat ‘God zijn gezicht verbergt voor het huis van Jakob’ (8:17). Toch lees je ook van die prachtige uitspraken waaruit blijkt dat Jesaja niet kan geloven dat het oordeel Gods laatste woord zal zijn aan Zijn volk: ‘Hoe lang, HERE?’ (6:11) ‘Ik zal wachten op de HERE’ (8:17).
In dit spanningsveld komt het begrip ‘rest’ ter sprake. Jesaja noemt zelfs zijn zoon hiernaar: ‘Sear Jasub’, ‘een rest keert terug’. Gods oordeel is zo omvattend dat het een punt lijkt te worden voor Israël. Maar Zijn trouw is zo groot dat Hij er toch een komma van maakt! Het oordeel is zo heftig dat alleen maar ‘een rest(je)’ overblijft (6:13). Tegelijk spreekt God juist over deze ‘rest’ Zijn grootste beloften uit. God zal Zijn heil brengen door het oordeel heen. Uit de afgehouwen tronk van Isaï zal weer een sprietje opkomen (11:1). Maar vergis je niet: uit de tronk van Isaï komt niet zómaar een sprietje, het is een Messiaans plantje vol belofte! Het rijk van Gods recht en gerechtigheid zal erdoor komen! Zo klinken er meer van die prachtige beloften over ‘de rest’. Op de dag van Gods verlossing zal ‘de rest’ weer steunen op de HERE (10:20), zij zullen de ogen weer op Hem slaan (17:7), zelfs de allerarmsten zullen juichen in de Heilige van Israël (29:19). ‘De HERE van de legermachten zal tot een sierlijke kroon en een prachtige diadeem zijn voor de rest van Zijn volk’ (28:5).
In het tweede hoofddeel van het boek (Jes.40-55) wordt dit verder uitgewerkt in de bemoedigende profetieën aan het adres van Israël in ballingschap: De HERE heeft hen gedragen van de moederschoot aan. Hij zal hen niet laten vallen, maar tot de grijsheid toe zal Hij hen dragen (46:3). In het derde hoofddeel (56-66) klinkt juist weer de oproep aan ‘de rest’ om dan ook werkelijk trouw aan de HERE te zijn en te blijven.
Paulus’ betoog over Israël in Romeinen 9-11 is niet te begrijpen zonder deze grondlijn van Jesaja. Het is zijn worsteling dat veel Israëlieten Jezus niet als Messias en Heer erkennen. Hun ongeloof is voor hem als de ontrouw van het volk in Jesaja’s dagen. Maar zoals God in Jesaja’s dagen ‘een rest’ bewaarde en in hen Zijn toekomstige heilsplannen ging uitwerken, zo zag Paulus ook in zijn tijd ‘een overblijfsel’ van Israël dat wél Jezus als Heer beleed (Rom. 11:5). Door de ontrouw van het gros zou het Evangelie eerst naar de heidenen gaan. Maar God zal altijd ‘een rest’ bewaren als een belofte van de grote dingen die heel Israël te wachten staan (Rom. 11: 16, 25-26). Die rest mogen wij nog steeds zien in de messiasbelijdende Joden van onze dagen. En zouden we de ontwikkelingen in en rond Israël van de laatste eeuw, de terugkeer van miljoenen Joden van over heel de wereld, mogen zien als een voorbode van de beloofde grote geestelijke opwekking?
Intussen is in onze Westerse cultuur de kerk op zijn retour. In elk geval in Europa. Secularisatie, hedonisme en drukte van het leven hebben het geloof bij velen doen verdampen. En bijna allemaal herkennen we de aanvechting van het geloof. In deze situatie kunnen Jesaja’s woorden over ‘de rest’ ook voor de gemeente van Christus in onze dagen een enorme bemoediging betekenen. ‘Wie onder u vreest de HERE, wie hoort naar de stem van Zijn Knecht? Wanneer hij in diepe duisternis wandelt, van licht beroofd, vertrouwe hij op de naam des HEREN en steune op zijn God’ (50:10).

.

Tenslotte
In de vorige Kerkklanken heb ik de grondlijnen God als de Heilige van Israël en Recht en gerechtigheid behandeld. In dit artikel De beloofde Messiaanse koning, zoon van David, te Sion en Israël en zijn ‘rest’. Hiermee zijn al veel thema’s uit dit boeiende profetenboek in perspectief geplaatst. Ik hoop dat het een waardevolle bijdrage mag leveren aan een verdiepte lezing en verstaan van dit Woord van God. Volgende keer wil ik afsluiten met de laatste grondlijn: De volken.

AT

.

Inhoud van het boek Jesaja (1)
Daar is uit ’s werelds duistre wolken / een licht der lichten opgegaan. Een bekend Kerstlied van Nicolaas Beets. Het is één van de vele liederen over de Here Jezus die gemaakt zijn met profetische woorden uit het boek Jesaja. Er ligt namelijk een Messiaanse grondlijn in dit profetenboek. En zo zijn er meer grondlijnen te noemen. Zicht op deze grondlijnen helpt bij het lezen. Het geeft herkenning en biedt overzicht in de vele verschillende profetieën.
In dit artikeltje wil ik ingaan op twee van zulke inhoudelijke grondlijnen van het boek Jesaja. Een volgende keer hoop ik nog enkele andere grondlijnen te behandelen. Deze artikelen borduren voort op mijn artikeltje in de Kerkklanken van september over de structuur van het boek Jesaja, waarin ik de drie hoofddelen van het boek heb onderscheiden: Jes. 1-39; 40-55 en 56-66.

.

God als de Heilige van Israël
Meer dan 25 keer wordt God ‘de Heilige van Israël’ genoemd in Jesaja. Voor het eerst al in Jes. 1:4. In deze bijzondere ‘naam’ klinken twee wezenlijke aspecten van God die door het hele boek geweven zijn:
Het ene aspect is Zijn verhevenheid. Hij is de Heilige. Met niets of niemand in hemel of op aarde is Hij te vergelijken (Jes. 40:25). ‘Heilig, heilig, heilig’ roepen de Serafs Hem toe als Hij in een indrukwekkend visioen aan Jesaja verschijnt om hem tot profeet te roepen (Jes. 6). En Jesaja wordt opgeroepen om deze God ‘heilig te achten’ in Zijn oordeel en genade (Jes. 8: 13). Ik denk dat het lezen over deze heiligheid van God belangrijk is voor gelovigen in onze tijd. Het besef hiervan is namelijk uitgehold: God moet voor ons vaak vooral lief, gezellig en fijn zijn. Zo’n godsbeeld en godsverlangen heeft profetische verdieping nodig, willen we niet ongemerkt in afgoderij verzanden.
Naast Gods verhevenheid klinkt in deze naam ook Zijn nabijheid door. Hij is immers de Heilige ‘van ISRAËL’. Bij dit volk wil Hij wonen. Gods verhevenheid sluit Zijn nabijheid niet uit! Bij de levende God gaan die juist samen. En juist deze combinatie van Zijn verheven nabijheid brengt een ontzaglijke intensiteit mee. Vandaar ook de enorme worsteling van deze Heilige met Zijn onheilige volk Israël. Hij kan hun zonden niet verdragen, maar hen ook niet loslaten. Daar gaat eigenlijk het hele profetenboek over. In de opeenvolgende hoofddelen van het boek Jesaja (zie vorige artikel) zien we dat Gods verheven nabijheid ook een heel barmhartige inkleuring krijgt. Indrukwekkend klinkt in het derde hoofddeel, in Jes. 57: 15: ‘Want zo zegt de Hoge en Verhevene, die in eeuwigheid troont en wiens naam de Heilige is: In de hoge en in het heilige woon Ik én bij de verbrijzelde en nederige van geest, om de geest van de nederige en het hart van de verbrijzelden te doen opleven!’ Zó is Hij de Heilige van Israël.

.

Recht en gerechtigheid
De Heilige van Israël verwacht recht en gerechtigheid van Zijn volk. Deze woorden staan voor zuivere rechtspraak, oog voor de zwakken en in het algemeen voor gehoorzaamheid aan Gods geboden en leven naar Zijn beloften in het religieuze, sociale en politieke leven. Het probleem in Jesaja’s tijd was alleen dat deze gerechtigheid ver te zoeken was. God had Israël als een prachtige wijngaard gepland. Nu verwachtte Hij goede vruchten: goed bestuur, maar zie, het was bloedbestuur; rechtsbetrachting, maar zie, het was rechtsverkrachting (Jes. 5:1-7). Oproep tot bekering werkt niets uit. Daarom komen Gods oordelen als een laatste redmiddel om daarmee Zijn volk weer zuiver en toegewijd te maken aan Hem en aan elkaar. In de profetieën klinken intussen al beloften voor ná het oordeel: een nieuwe toekomst voor Jeruzalem in recht en gerechtigheid (28:17) en een koning die in deze sfeer zal regeren (9:6; 32:1).
Bijzonder is dat het begrip gerechtigheid in met name het tweede hoofddeel van Jesaja (Jes. 40-55) nog een verdiepte inkleuring krijgt. Nu niet zozeer als iets wat Israël op moet brengen, maar helaas nalaat (zo in het 1e hoofddeel), maar nu als iets waar God Zelf in zal voorzien. Een synoniem dus voor Gods verlossing! En in het derde hoofddeel zien we dan deze twee kanten van de ‘gerechtigheid’
indrukwekkend samenkomen in Jes. 56:1: ‘Zo zegt de HERE: Onderhoudt het recht en doet gerechtigheid (plicht van Israël), want Mijn heil staat gereed om te komen en Mijn gerechtigheid om zich te openbaren (gave van God).’
In het Nieuwe Testament wordt deze lijn doorgetrokken naar Christus. In Hem is Gods gerechtigheid geopenbaard, gegeven door God Zelf! Door het geloof mogen wij daaruit als onrechtvaardigen leven (Rom. 3:21-22). Gave van God! Maar gerechtvaardigd door dit geloof, worden we vervolgens ook opgeroepen de gerechtigheid te dienen (Rom. 6: 13). Onze plicht, gewerkt door de Heilige Geest!

.
Tenslotte
Natuurlijk is er veel meer over deze grondlijnen te zeggen dan in een klein artikeltje kan worden opgenomen. Doe zelf deze verdieping op door aandachtige lezing en bestudering van dit bijzondere profetenboek. Het zou mooi zijn als de bespreking van deze eerste twee grondlijnen kan helpen bij het openen en binnenstappen van dit boek.                                     AT

===========================================

Structuur van het boek Jesaja

Komende tijd wil ik in de diensten met u uit Jesaja lezen.
Vanwege de prachtige Messiaanse profetieën wordt hij wel de vijfde evangelist genoemd. Toch is het niet altijd eenvoudig zo’n profetenboek te lezen. Het is geen doorlopend verhaal. Beeldende profetieën volgen elkaar in hoog tempo op en al snel kan het gevoel je bekruipen dat je de draad kwijt bent. Waarom volgt het één op het ander en wat wil de profeet van Godswege toch allemaal zeggen? Daarom wil ik in dit artikeltje iets vertellen over de structuur van het boek Jesaja. Een volgende keer hoop ik een artikeltje te schrijven over inhoudelijke grondlijnen van het boek. Hopelijk zal dit bijdragen aan vruchtbaar persoonlijk Bijbellezen en het extra goed kunnen plaatsen van wat we lezen in de kerkdiensten.

.

Eén boek, maar hoeveel schrijvers?
In 1:1 lezen we dat Jesaja profeteerde in de dagen van Uzzia, Jotam, Achaz en Hizkia, koningen van het tweestammenrijk Juda. Deze periode kunnen we globaal tussen 735-700 v. Chr. plaatsen. Assyrië begon zich in deze tijd al meer te ontwikkelen tot een wereldrijk. Daar ging dreiging van uit. Belegeringen vonden plaats. Zoeken naar bondgenoten. Opstand. Wonderlijke bevrijding van Jeruzalem na langdurige belegering. Dit vormt de politieke achtergrond van Jesaja 1-39. Jesaja kondigt veel oordeel aan, afgewisseld met heilsprofetieën over de toekomst die zal aanbreken nadat het volk door Gods oordelen gezuiverd is.
Vanaf Jesaja 40 verandert ineens de toon: ‘Troost, troost, Mijn volk!’ – klinkt het. Woorden die Händel later in zijn Messiah als opening zal gebruiken. Alle registers worden nu opengetrokken om het heil van God te verkondigen aan moedeloze, terneergeslagen mensen. Er klinken profetieën over terugkeer naar het beloofde land en over de Perzische koning Kores door wie God dit zal bewerken (45:1). Uit de profetieën maken we op dat de context ineens anderhalve eeuw versprongen is. Babylonië heeft intussen Assyrië als wereldrijk veroverd. Juda is in de Babylonische ballingschap gegaan (zie 2 Koningen 24 en 25). En nu wordt de verlossende terugkeer naar het beloofde land aangekondigd.
Hoe moeten we deze verandering van toon en context plaatsen? Heeft Gods Geest deze profetieën anderhalve eeuw eerder al in Jesaja’s mond gelegd? Niets is voor God onmogelijk. Toch veronderstellen veel bijbelwetenschappers dat deze profetieën afkomstig zijn van één of meer profeten die in de lijn en de geest van Jesaja een soort profetenschool hebben gevormd. (Vergelijk bijv. 2 Kon. 2: 2 en 4 voor groepen profeten te Bethel en te Jericho.) Door Gods Geest gedreven hebben deze profeten verder geprofeteerd en de profetieën van de oorspronkelijke Jesaja aangevuld, geredigeerd en doorgetrokken.
Vanaf Jesaja 56 vindt opnieuw zo’n verandering van toon plaats, die een verandering van context doet vermoeden. In de heilsprofetieën klinkt opnieuw de dreiging van oordeel door als er geen echte bekering plaatsvindt. De veronderstelling is dat deze profetieën gesproken zijn na de terugkeer uit de ballingschap naar Jeruzalem. Nu bleek echter dat onrecht en goddeloosheid hardnekkiger was dan gedacht en dat de beloofde heilstijd toch niet zó heerlijk was aangebroken als wel geprofeteerd was. Vandaar opnieuw verandering van toon en naast heilsaankondiging opnieuw oproep tot bekering. Intussen wordt het perspectief van de profetieën ook wijder: nadrukkelijker nog dan in het voorgaande komt héél de volkerenwereld en héél de aarde in beeld. Zo eindigt het boek met de belofte van een eindgericht waarin alle goddeloosheid en onrecht definitief wordt weggedaan en God een nieuwe hemel en een nieuwe aarde zal scheppen.

.

Opbouw van het boek
Het boek Jesaja is ons als een eenheid gegeven. Zo wil het gelezen worden. Lijnen lopen door het boek heen van begin tot einde. Toch zijn er dus globaal drie delen te onderscheiden:
- Hoofdstuk 1-39, met veel oordeelsprofetieën, afgewisseld met heil, te plaatsen in de tijd van de oorspronkelijke profeet Jesaja.
- Hoofdstuk 40-55, met veel heilsprofetieën, te plaatsen in de tijd kort voor de terugkeer uit de Ballingschap.
- Hoofdstuk 56-66, met heilsprofetieën, maar ook met nieuwe waarschuwingen voor bekering en oordeel, te plaatsen in de tijd na de terugkeer in Jeruzalem.

.

Opbouw van deel 1: Jes. 1-39
Binnen deze drie hoofddelen van het boek zijn weer kleinere eenheden te onderscheiden. Ik zal dat voor het eerste hoofddeel (1-39) nog iets uitwerken, omdat vooral bij dit hoofddeel een nadere onderverdeling behulpzaam kan zijn voor het verstaan.
- Jesaja 1 is te zien als introductie op het hele boek. De driedelige structuur van dit hoofdstuk weerspiegelt de driedelige structuur van het hele boek.
- Jesaja 2-12 is een eenheid. In het centrum staat het indrukwekkende roepingsvisioen van Jesaja (hfd. 6). Daarop volgt een vertelling van Jesaja’s optreden in de tijd van koning Achaz (hfd. 7-8). Verder vinden we in dit deel oordeelsprofetieën en ook prachtige Messiaanse profetieën (9:1-6; 11:1-16). Bijzonder is dat dit hele deel wordt omsloten door indrukwekkende heilsprofetieën voor Israël en de volken (2: 1-5 en 12: 1-6). Dit maakt ons iets heel belangrijks duidelijk: zelfs Gods oordelen moeten in het licht van Zijn heil verstaan worden.
- Jesaja 13-27 is de volgende eenheid. In hfd. 13-23 vinden we een blok ‘profetieën over vreemde volken’. Hfd. 24-27 wordt wel ‘de apocalyps van Jesaja’ genoemd, een soort ‘openbaring van Johannes’- in het klein. In deze eenheid zien we de HEER als Koning van alle volken op de aarde.
- Jesaja 28-33 is een eenheid die gestructureerd wordt door een zesvoudig ‘wee’ (28:1; 29:1; 29:15; 30:1; 31:1 en 33:1). Assyrië rukt op. Juda zoekt steun bij Egypte (31:1). Maar de profeet roept het volk op om niet te vertrouwen op politieke allianties, maar zich te bekeren en te vertrouwen op God!
- Jesaja 34-39 is de laatste eenheid. In hfd. 34-35 klinkt Gods oordeel over Edom, als een hoofdschuldige en –representant van alle vijanden van Gods volk. Hfd. 36-39 vertelt over Gods wonderlijke bevrijding van Jeruzalem in de dagen van Hizkia (exact gelijk aan 2 Kon. 18:13-20:19). Maar het eindigt met een aankondiging van de Babylonische ballingschap. Zo wordt de aansluiting gelegd naar de troostprofetieën in het tweede hoofddeel, dat met hfd. 40 begint.

.

Tot slot
Ook Jesaja is een prachtig boek dat we van de Heer via Israël en via de kerk der eeuwen hebben ontvangen. Niet altijd makkelijk om te lezen en te verstaan, maar vol van de kracht van God in oordeel en genade. Vol zeggingskracht ook voor onze tijd, persoonlijk, met het oog op Israël en in wereldverband. Hopelijk kan dit structuuroverzicht helpen bij een vruchtbaar lezen van Gods Woord. En wie dat Woord leest, ontvangt ook de zegen daarvan (Jes. 55:10-11)!
Wie zich meer wil verdiepen in dit bijzondere Bijbelboek kan ik twee toegankelijke boekjes van dr. J. Dekker aanraden: Jesaja, het vijfde evangelie en Profetieën van Jesaja.
AT

 
< Vorige   Volgende >