Logo PKN

Menu

Landelijke diakonale dag: voordacht van Mechteld Jansen PDF   E-mail
De Landelijke Diaconale Dag is op zaterdag 20 november 2010 door ruim 900 gemotiveerde diakenen bezocht.

Ook wij zijn als diakenen naar deze dag geweest.
Het thema van de dag was: Afschrijven of meetellen? Diakenen komen in hun werk mensen tegen die maatschappelijk niet meer meetellen. Ze zijn door de samenleving ‘afgeschreven’. Tijdens de Landelijke Diaconale Dag gingen de toespraken en workshops over mogelijkheden om als diaken het verschil te maken voor ieder die - om welke reden dan ook - niet kan meedoen in de samenleving.


Tijdens het ochtendprogramma was Mechteld Jansen, hoogleraar missiologie aan de Protestantse Theologische Universiteit, een van de belangrijkste sprekers. In de komende Kerklanken willen wij steeds een gedeelte van haar voordracht publiceren. Deze week het eerste gedeelte: Afschrijven of meetellen. Diakenen maken het verschil.

 

Landelijke Diaconale Dag 20 november 2010.
Mechteld Jansen

 

De dag zonder treinen van en naar Utrecht: dit is een van de zeer weinig dagen waarop ik blij ben dat mijn dorp, Swifterbant, geen treinverbinding heeft. Het is een prachtig dorp waar de huizen keurig in de verf staan. Ons dorp is keurig aangeharkt en de mensen zijn meestal tevreden (ze geven het dorp een 7,5 voor leefbaarheid). Toch is er ook een arme kant van Swifterbant. Het percentage van mensen dat in de schuldsanering zit en rond moet komen van een minimumbedrag is hoger dan je denkt. Als we de armoedegrens leggen op 5% onder bijstandsniveau, dan komen we ook in zo’n mooi dorp nog gezinnen met kinderen tegen, die op die grens of zelfs daaronder leven. Natuurlijk bestaan daar regelingen voor, ook van de plaatselijke overheid. We kennen een project als “Kinderen Doen Mee”, gericht op kinderen uit dergelijke gezinnen teneinde ze mee te laten doen aan sport en muziek, waarvoor men zelfs al in aanmerking komt als er van 10% meer dan bijstandsniveau wordt geleefd. Diakenen weten daarvan en leiden daarheen, want dat is waarin u hier het verschil maakt . U weet waar de mensen zijn die de folders ongelezen weggooien omdat zij ze niet kunnen lezen, u weet van laaggeletterdheid en verborgen analfabetisme, u weet van kinderen die de straat opgestuurd worden. Het gaat er niet om dat diakenen altijd met treurige cijfers moeten komen, maar dat diakenen weten hoe en waar de mensen een beetje bemoeizorg kunnen en willen gebruiken. De tijd van neerbuigende hulp of hulp met bijbedoelingen lijkt mij allang voorbij. Toch kunnen we doorschieten in het ons niet willen bemoeien met de vraag van de ander. En dan komen mensen, die eigenlijk hun eigen hulpvraag maar met moeite kunnen formuleren, in de knel.
Mensen kunnen immers vermalen worden in de bureaucratie en het stelsel van sociale zekerheid: diaconie als vangnet. Bemoeizorg voor wie niet om hulp kan of wil vragen:
- omdat de boel vervuild is
- omdat er psychische problemen zijn
- omdat de omgeving overlast ervaart
- omdat er verslavingsproblemen zijn
- omdat de schulden zich opstapelen
- omdat huisuitzetting dreigt
Zal het ons een zorg zijn? Ja, want mensen willen meetellen. Jezus vraagt in de bekende episode uit Marcus 10: 51, 52 naar wat de blinde man van hem wil. Dat lijkt voor de hand te liggen maar dat is het niet. Niet alle mensen weten meer wat voor hulp er is, of welke hulp zij kunnen vragen en aan wie. Niet altijd vragen we aan mensen wat voor hulp zij willen. Niet altijd willen wijzelf ziende worden, want als je echt kijkt, zie je zoveel lelijks, zoveel rottigheid, zoveel vermoeidheid, zoveel wanhoop en neerslachtigheid. Soms vraag ik mijzelf ook wel af of ik wel echt wil zien en dan gaat die hele vraag van Jezus aan de blinde man dus over mij. Wil ik eigenlijk wel dat hij mijn ogen opent, dat hij mij ziende maakt?
Iemand vertelde deze week een verhaal over zijn pleegdochter, 11 was toen ze in huis kwam, 19 is ze nu en ze heeft alles al gezien en gedaan waarvan je als ouders hoopt dat een kind daar nooit mee in aanraking komt. Licht verstandelijk gehandicapt is ze en dat ziet niemand; te goeder trouw gaat ze met iedereen mee die aardig tegen haar doet en dat gaat van kwaad tot erger. Tussen de raderen van allerlei hulpverleningsinstanties moet zij, nu ze eenmaal boven de achttien is, haar eigen weg maar vinden. Maar die weg vindt ze niet. Er zijn nu eenmaal mensen, die een beetje begeleiding nodig zullen blijven houden. Zij hebben een gids nodig, die vraagt wat je wilt en die zich soms net een beetje meer met je bemoeit dan mensen achter loketten kunnen doen. Er zal de komende tijd een behoorlijk ferme wind waaien van bezuinigingen. Nieuwe aanvragen zullen moeilijker gehonoreerd worden. Het zal misschien verkocht worden onder het motto dat mensen best wat meer op eigen benen mogen staan en vooral geholpen zijn met een baan en financiële zelfstandigheid. Alom wordt aanvaard dat mensen niet afhankelijk gemaakt of gehouden moeten worden en dat de meeste mensen wel iets kunnen bijdragen aan de maatschappij en dat is ook zo. Maar diakenen zien de mensen die net niet voldoen aan de eisen van de werkvloer, die nét tekort komen om de grappen van collega’s te begrijpen, de mensen tussen wal en schip.

 

Namens de Diaconie, Gert Jan Buitenhuis

 
< Vorige   Volgende >